Vertellend toneelspelen

In het vertellend toneel staat de toneelspeler centraal. De vertellende toneelspeler is op het toneel aanwezig in dubbele gedaante: als zichzelf en als de rol(len) die hij speelt. Hij fungeert als intermediair tussen het stuk dat hij speelt, en het publiek.

Vertellend toneel is een nieuwe conventie van toneelspelen, die teruggaat op het ‘episch theater’ van Bertolt Brecht, gecombineerd met elementen van het ‘psychologisch realisme’ van Konstantin Stanislavski.

De ‘illusie van de werkelijkheid’ van het realistisch toneel, maakt in het vertellende toneel plaats voor de ‘werkelijkheid van de illusie’. Alles op het toneel is ‘echt’: de tijd op de klok, het toneel, het spel van de toneelspeler, en hijzelf.

Vertellend toneel is een concept dat net zoveel gedaanten kent als regisseurs die het beoefenen. Allen hebben zij een ‘eigen’ handschrift.

In het theater van Paul Binnerts bevinden de personages zich vaak in situaties die groter zijn dan zijzelf. Hun verhalen gaan over hun conflicten met zichzelf en de wereld om hen heen, en vooral over de ‘onmogelijke’ keuzes waarvoor ze zich zien geplaatst. Hun verhalen zijn al te menselijk, vaak van een ‘ondraaglijke lichtheid’, vol fijnzinnige humor en droefheid: het komische gemengd met het tragische. Het publiek kijkt door de ogen van de toneelspeler in de ziel van het personage. Een kritikus schreef: “Binnerts brengt grote thema’s terug tot menselijke proporties, waarin onze levens zich kunnen weerspiegelen.”

In zijn boek over het vertellende toneel, Toneelspelen in de tegenwoordige tijd, beschrijft Paul Binnerts de techniek van het vertellende toneelspelen, en zijn ontstaansgeschiedenis.

Nieuws